Home Info Fotos

KLEUREN
(Grotendeels overgenomen uit Renate Alferink-Lerche: "de Newfoundlander, een hond om van te houden")

De eerste Newfoundlanders waarmee in Nederland gefokt werd, waren allemaal zwart, behalve Rex Cesar de Terra Nova die zwart-wit was. Toch worden voor het eerst in 1924 uit kombinaties zwart x zwart bruine pups geboren. Het waren Darling van St. John x Brown van St. John. Dat het gebeurde is helemaal niet zo vreemd omdat onder de rond de eeuwwisseling in het Duitse stamboek ingeschreven Newfoundlanders, 12 bruine exemplaren voorkomen. Bovendien staat de bruine Jenny (uit Newfoundland naar Engeland geëxporteerd) in de stambomen van 17 in Duitsland en Zwitserland ge‹mporteerde honden. De fokkers buiten Nederland namen echter geen of weinig notie van de bruine kleur. Bruine pups werden eenvoudig doodgemaakt. Heel anders dachten de Nederlanders over deze kleurvari‰teit. Ze werden als volwaardige Newfoundlanders geaksepteerd en zeker niet van de fokkerij uitgesloten. Men schreef toendertijd de bruinen toe dat ze het beste type hadden en een uitmuntende beharing.

De eerste zwart-witte Newfoundlander die in Nederland gefokt werd, Cedris, is geboren op 3 januari 1938 uit de geïmporteerde zwart-witte teef Ferrol Low x de zwarte Robin.
Over de afstamming van de zwart-witte variëteit van de Newfoundlanders zijn minstens evenveel diskussies gevoerd en spekulaties gemaakt als over die van de zwarte inheemse honden. Dat de zwart-witten als een apart ras gezien werden, komt deels door de omstandigheid dat ze op andere gedeelten van Newfoundland werden aangetroffen dan de zwarten en de bruinen.
Een ander punt van overweging was de grootte van deze honden. Ze overtrof verre die van de zwarte en bruine variëteit. Ook de beharing, ze was korter en niet zo dicht, speelde een rol.

Tot slot was er ook nog de bijzondere benaming van deze honden. De bekende schilder Sir Edwin Landseer maakte in 1837 een schilderij waarop een zwart-witte hond, liggend op de kademuur van de Theems, waakt. Naar het beroemde schilderij kregen de zwart-witte Newfoundlanders de bijnaam Landseer. Ze werden Newfoundlander-Landseer genoemd.
Behalve de drie beschreven kleuren werden af en toe ook wolfsgrauwe en bruin-witte pups geboren. Dit waren minder gewenste kleuren die af en toe opdoken en waarin de fokkers nooit bijzonder ge‹nteresseerd waren. De nieuwste standaardwijziging spreekt nog slechts over 3 kleuren die toegestaan zijn, te weten: zwart, bruin en wit-zwart.

Gelukkig had men onder de leiding van Johan Pieterse ("van de Negerhut") een stam volwaardige en erg typische Newfoundlanders opgebouwd toen de tweede wereldoorlog uitbrak. Enkele reuen hebben een duidelijke stempel op de fokkerij gedrukt. Niet dat de teven minder belangrijk zijn bij het fokken, maar het is nu eenmaal zo dat een reu, die meer nakomelingen kan brengen dan een teef, ook een veel grotere invloed op de ontwikkeling van het ras heeft. Moro is de belangrijkste stamvader van de Nederlandse fokkerij. Hij bracht met verschillende teven in totaal 8 nesten. Zijn beroemde zoon Kampioen Tom werd slechts 3 keer voor de fok gebruikt.

 

Algemeen

Onze fokkerij

INFORMATIE

Korte geschiedenis van de Newfoundlander

De afstamming

Newfoundland

De fokkerij in Europa

Het begin van de fokkerij in Nederland

Kleuren

De oorlogsjaren